De afgelopen paar dagen hebben we ons lichaam flink uitgetest. Zo typ ik op dit moment met 10 vingers en 9 nagels. Okay ik heb nooit echt leren typen met 10 vingers, maar het gaat even om het feit dat ik één nagel mis. Vergeet chronologische volgorde, ik begin dit verhaal met schrijven over Bali, waar we gisteravond zijn aangekomen, in plaats van het eerder bezochte Bromo.

De vlucht naar Bali duurde maar 20 minuten in plaats van het genoteerde uur. Waarschijnlijk hebben ze sneller gevlogen dan dat ze normaal doen, omdat we al meer dan 45 minuten vertraagd waren. Blijkbaar kan dat, maar doen ze gewoonlijk dus langer over de vluchten omdat het goedkoper is. Aangekomen op het vliegveld stormen er honderden taxi chauffeurs op ons af. Waar we in Java wegkwamen met een vriendelijke No thank you zijn ze hier wat opdringeriger. Het hotel waar we aankomen is onwijs leuk aangekleed. Het zijn oude containers met nog de “state owned” logo’s erop, die omgebouwd zijn tot twee persoonskamers. We hebben airco, een ruim bed, genoeg ruimte om onze hele backpack inhoud uit te stallen, en een eigen douche en WC! Na een nachtje slapen zijn we er helemaal klaar voor; kom maar op met die drie dagen surfen op de Balinese stranden!

We ontmoeten onze surfleraar Kick voor ons hotel waar vandaan hij ons om de beurt met de scooter naar het strand brengt. Die paar honderd meter lopen vond hij namelijk toch echt te ver. We krijgen een 9ft board, een shirt en hele duidelijke instructie op het strand. In zijn woorden is de techniek belangrijk maar “it’s more important that you feel it, you have to feel it”. Oké, voelen dus, staat genoteerd. Met de surfboards gaan we het hemels blauwe water in. De golven zijn groot en sterk, en ik blijk niet per se een natuurtalent te zijn. Toch gaat het steeds beter: m’n voeten staan steeds steviger op het board en ik kan steeds ietsje langer staan. Julia en ik pakken om de beurt een golf zodat Kick ons goed in de gaten kan houden en uitleg kan geven waar nodig. Op de momenten dat ik wacht op mijn beurt kijk ik m’n ogen uit. Zelfs zonder lenzen in kan ik zien hoe mooi het is, en hoe goed sommige kunnen surfen. Ook lach ik stiekem om de andere beginners die van hun board afdonderen, wetende dat ik er precies zo of misschien wel hilarischer uit zie. Als het weer mijn beurt is om een golf te pakken en ik er helemaal klaar voor lig, hoor ik achter me wat lawaai. Ik kijk om en zie vlak achter me de golf, en het super coole surfmeisje die al de hele dag m’n inspiratie is. Zij ziet me helaas niet staan, of naja liggen. Ik voel haar board schuin over me, maar vooral langs me heen glijden. Alles lijkt prima, niks doet pijn. Vervolgens vind ik mijn “nothing box”. Een nothing box is een doosje in het hoofd waar niks is. Volgends Mark Gungor hebben alleen mannen dit plekje, en tot vandaag was ik ervan overtuigd dat hij gelijk had.

Nadat ik was geraakt door het surfboard van het super coole meisje leek alles dus okay. Tot ik naar m’n rechterwijsvinger keek. Voor misschien 5 seconde dacht ik niks. Echt helemaal NIKS. Hello nothing box, fijn om te weten dat je bestaat. Na die 5 seconde gingen er weer lampjes branden in mijn hoofd en zag ik dat het hele vlak waar normaalgesproken een nagel zit bebloed en oneven was. Mijn eerste gedachte was eigenlijk: oh dit is wel okay, m’n vingertopje hoeft er in ieder geval niet af.  Door de adrenaline had ik snel een duidelijk doel voor ogen: m’n vinger nog eens door het zoute water halen om het schoon te maken, board pakken, het water uit, dokter vinden. De surfleraar lag gelukkig dichtbij, en het meisje dat me raakte ook. Met z’n drieën drijven we naar de kant. Ze legt uit dat ze moest uitwijken voor een ander meisje, die van haar board viel, en ze mij in de gauwigheid niet zag en dus helaas de verkeerde kant koos om naar uit te wijken. Pure pech dus, het had iedereen kunnen overkomen en ik zou de schuld dus ook echt aan niemand willen toeschuiven.

We pakken wat spullen en rijden vlug achterop de scooter van Kick en iemand van het hotel naar een nabij gelegen dokterspost. Ze behandelen het zorgvuldig en vertellen me dat de hele nagel foetsie is. Ook het nagelbed is beschadigd en ze durven niet te zeggen hoe m’n nagel terug zal groeien, als hij überhaupt terug komt. Ze geven me een antibiotica kuur (die omgerekend zo’n 80 cent kost) en vragen me morgen terug te komen. We pompen wat paracetamol bij me naar binnen, maar de pijn valt mee. Ik wil niet doom denken, maar ik weet wel dat als ik een paar centimeter verderop had gelegen het veel erger had kunnen zijn. Dat het enkel m’n nagel is, is dus eigenlijk heel erg gelukkig.

Klik hier voor een prachtige onsmakelijke foto van m’n vinger!

Dingen die ik nu moet leren:
– schrijven met m’n duim en middelvinger, of toch m’n linkerhand
– m’n lenzen in doen met andere vingers
– het foto knopje indrukken met een andere vinger
– m’n laptop wachtwoord onthouden omdat ik hem niet meer kan ontgrendelen met de sensor, want die herkend alleen m’n rechter wijsvinger
– typen met 9 vingers, dat is tevens toch al meer dan dat ik echt effectief gebruikte

Dingen die ik zeker niet ga laten:
– genieten van het prachtige strand en water hier op Bali, pootje baden is ook prima
– genieten van überhaupt de rest van de reis, het is vervelend, maar aan de andere kant ook maar 1 vinger

Nog even terug naar de afgelopen dagen, want vooral gister was te indrukwekkend om er niet over te schrijven. Vanuit Yogyakarta hebben we de trein naar Probolinggo gepakt om vervolgens met een busje door te reizen naar ons hotel vlakbij Bromo. De trein was deze keer geen luxe, maar tussen de lokale mensen op bankjes, waarbij je de Aziatische beenruimte deelt met 4 man, of als je pech hebt 6 man. Het busje naar het hotel was ook een hele belevenis. De eerste keer stopte we omdat er een vrouw was aangereden en gedragen werd naar het ziekenhuis. Vervolgens werd er geroepen dat er vuur was, wat we de dag erna ook nog vanaf het uitzichtpunt konden zien. De laatste onverwachte stop werd gevolgd door “leeft de kat nog?!”…. Gelukkig hebben we hem niet geraakt, denken we. In het hotel was het pure kou, aangezien we op een berg zaten en de temperatuur was gedaald tot 7 graden.
Ook de dag erna, op het uitzichtpunt over mount Bromo is het ijskoud, maar het was het zeker waard die kou te trotseren. We zien een prachtige zonsopkomst die de bergen en de actieve vulkaan prachtig verlichten. Vervolgens rijden we door naar de vulkaan zelf die we mogen beklimmen. De weg omhoog naar de krater is geen eitje, de zon is op en dus wordt het warm, alle laagjes gaan weer uit. Ook het vulkaanzand maakt de weg omhoog niet gemakkelijker, het waait telkens op en maakt de keel en luchtwegen heel gevoelig. Rokerslongen dus, zonder ook maar een sigaret te hebben gezien. De krater zelf is een hels lawaai, en iedereen kijkt toch een beetje om zich heen zo van “Gaat dat ding echt niet zo uitbarsten?”. De weg naar beneden is wat meer genieten, het uitzicht is prachtig, het lijkt bijna of we in een woestijn beland zijn.

Na nog een bus en vlucht kwamen we aan op Bali, helemaal klaar voor ons grote surf avontuur 😉