Ondertussen zijn we al weer twee weekjes thuis, hebben we kerst gevierd, en vertelt de kalender ons dat het 2018 is. Langzaam maar zeker begint iedereen weer zijn eigen ding te doen, en voelt het bijna alsof ik nooit ben weggeweest. Maar de reis is nog niet echt officieel voorbij voor ik heb verteld over de laatste dagen van onze prachtige trip.

Na het reizen door Indonesië, Singapore, Maleisië, Myanmar, Thailand, Vietnam, Cambodja, en het prachtige Laos, gaan we terug naar Thailand. Opnieuw vliegen we over Bangkok, altijd Bangkok; en vervolgens door naar Phuket, waarvandaan we met de boot door varen naar Koh Lanta. De dagen op de Thaise eilanden vormen het deel van onze reis dat we zelf hebben bestempeld tot ‘vakantie’. En meer dan dat weet ik er ook eigenlijk niet over te vertellen. Want als ik jullie zeg, strand vakantie op een eiland, met verblijf in een hotel; dan denken jullie waarschijnlijk aan een luxe kamer, eigen badkamer, misschien wel een tv en koelkast. Jullie denken waarschijnlijk ook aan een zwembad, strand, ligbedjes, en heerlijke fruitige drankjes. Misschien denken jullie ook nog wel aan de zee, het heerlijke geluid ervan, helder water, maar ook zo zout. Of heel misschien zelfs, als je het strand zo voor je ziet, dan denk je misschien ook wel aan de haat liefde verhouding met het zand. Dat heerlijke gevoel van het knisperende zand wanneer je die eerste paar stappen op het strand zet. Dat hatelijke deel wanneer het zand overal, maar dan ook echt OVERAL zit, en je er nooit meer vanaf komt. Nou daar is het eigenlijk dan ook wel mee gezegd. Want alles wat jullie er aan zullen relateren is ook eigenlijk precies wat het was.

We hebben onwijs genoten van de prachtige mooie, en schone stranden op Koh Lanta. We hebben genoten van de schaduw op heerlijke ligbedjes van bamboe, bij cafeetjes aan het strand die heerlijke verse sinaasappelsap serveren. Waren we het zand zat? Dan kon je ons vinden aan het zwembad bij ons hotel, wat net als de zee, heerlijk door de zon was opgewarmd. Boekje lezen, blogje vertalen, of een scootertje pakken om het volgende strand te bezoeken.

Na onze strandavonturen reizen we de dag voor onze vlucht, terug naar Phuket. Waar we de eerste keer verbleven in het overvolle en toeristische Patong, trekken we ons deze keer terug in het vele malen rustigere Phuket Town. Patong was te veel voor ons; met meisjes die op de bar in bikini’s en op hoge hakken stonden te dansen, en op straat non stop mensen die je vragen naar hun Ping-pong show te komen kijken. Nee, dit zijn geen shows waar ze tafeltennis spelen….. Phuket Town is meer restaurantjes en cafeetjes, maar heeft ook een groot winkelcentrum. Ik hoef je niet te overtuigen dat dit voor ons als muziek in de oren klonk.

Vanuit Phuket vliegen we terug naar Bangkok, voorlopig voor de laatste keer. We komen midden in de nacht aan, en na eindeloos te hebben gewacht op een taxi, rijden we naar ons laatste hostel van de reis. Maar liefst 40 verschillende slaapplekjes, in 101 dagen. Het is gek om te bedenken dat dit mijn laatste nieuwe plekje is, de laatste keer uitzoeken waar de douches zitten, hoe het ontbijt hier werkt, en de laatste keer van een onbekende plek een tijdelijk thuis te maken. Het volgende bed waar ik op zal slapen, is mijn eigen.
We hebben nog 3 volle dagen in Bangkok staan. Niet omdat hier nog zoveel te doen of zien valt, maar omdat we die dagen voor de zekerheid hadden ingepland. Mocht er iets mis gaan, zouden we een vlucht missen, verandert er iets; met een paar dagen speling weten we zeker dat we onze vlucht naar huis halen.

We bezoeken opnieuw de Chatuchak weekend market, waar we ook op dag 35 zijn geweest. We doen hier inkopen voor onze kerstcadeaus, wat een hele opgaven blijkt te zijn. Het is overduidelijk dat het hoogseizoen is, want naast dat het afgrijselijk druk is, is onderhandelen absoluut geen optie meer. Tussen de 15.000 stalletjes proberen we daarnaast ook nog eens twee van de winkeltjes, die we een paar maanden terug hadden bezocht, terug te vinden. De locatie hebben we niet onthouden, de winkels hebben geen namen, en er is geen garantie dat de winkeltjes ook nog steeds bestaan en op dezelfde plek zitten. Een onmogelijke opgave. Als we na 3 uur strategisch de markt afstruinen ze nog niet hebben gevonden willen we het eigenlijk opgeven. Geluk blijkt aan ons zijde, want onderweg naar de uitgang (die we ook niet konden vinden) liepen we tegen beide kraampjes aan!

De volgende dag bezoeken we de enige highlight in Bangkok die we tijdens onze eerdere bezoeken aan Bangkok hebben moeten overslaan: the Royal Grand Palace. Wegens de crematie van voormalig koning Bhumibol, en de stormvloed aan rouwende mensen die het paleis bezochten, hebben we het uitgesteld tot dit moment. Ook nu ontkomen we niet aan de massa, het is immers hoogseizoen. De entree is niet mis, maar na een uurtje staan we alweer buiten. Het is prachtig, mooi, en groots,  maar door al die mensen werd ik gillend gek. Om eerlijk te zijn vond ik het bezoeken van deze plek helemaal niet zo leuk als ik hoopte. Het was niet meer zo speciaal, de gebouwen hebben geen wauw-factor meer, en eigenlijk had ik er al snel genoeg van. Ik besluit dat het niet erg is dat het einde van de reis eraan komt. Ik zit vol met indrukken, en de drang om elke dag mooie en indrukwekkende nieuwe plekken te bezoeken is weg. Mijn honger is gestild.

De dinsdag, en tevens laatste dag, voor we terug naar huis vliegen kan je mij vinden in de gigantische gang van het hostel. Ik heb al mijn spullen uitgestald, en eerlijk gezegd lijkt het meer op een vuilnisbelt dan een uitgezochte reizigers collectie. Regelmatig lopen er mensen door de gang die me aankijken met een blik van: “Je gaat me toch niet zeggen dat je rondreist met al die zooi op je rug?!”. Nee, lieve medereizigers, dit zijn mijn souvenirs. De helft van de spullen die hier liggen heb ik pas twee dagen geleden gekocht.
Muggenspray? Weg. Douchegel? Weg. T-shirt met gat? Weg. Gele handdoek die er niet meer uit ziet als een gele handdoek? Weg. Alles wat niet meer nuttig is, of wat thuis overbodig is, gaat eruit. Mijn doel was vandaag mijn backpack voor de laatste keer in te pakken, en wel zo strategisch mogelijk. Het strategische deel, ja dat laat ik maar achterwegen. Ik besluit alles er maar gewoon zo gemakkelijk mogelijk in te stoppen, het liefst zo dat zelfs de kleinste ruimtes benut worden. Tot mijn verbazing zit binnen een uur zo goed als alles er in. Mijn tas puilt niet eens uit, staat niet op knappen, en lijkt zelfs draagbaar. Eerlijk is eerlijk, ik heb wel mijn packingcube met al m’n T-shirts en shorts in een apart tasje met karabijnhaak aan m’n tas bevestigd; maar het past allemaal veel beter dan verwacht. Dat valt ook de rest van het hostel op, want terwijl ik zelfvoldaan naar mijn backpack kijk wordt me gevraagd: “WOW, heb je al die spullen die hier lagen in die tas weten te krijgen??!!”. Ik antwoord met “Ja, ik weet het ook niet, maar ik vind het helemaal mooi.”
Het is een heerlijk idee dat ik straks weer gebruik kan maken van een kast. Ik hoef niet meer te leven uit een tas, en elke keer alles eruit te halen als ik dat ene shirt nodig heb. Aan de andere kant weet ik ook dat die kast overvol zit, wat alleen maar zal zorgen voor overbodige Wat moet ik NU weer aan stress.

De laatste nacht gaat slapen lastig. Laat het dan nu ook maar voorbij zijn. Laat me nu dan maar gewoon thuis zijn. Hetzelfde gevoel draag ik mee in het vliegtuig. Normaal vermaak ik me wel, en vind ik reizen in de bus, trein, of het vliegtuig, niet onprettig en niet lang duren. Dit keer kijk ik na 2 uur al op de klok in de hoop dat we er al bijna zijn. Ik zit niet lekker, de tijd gaat sloom, en de 12 uur zijn hele lange uren. Als het vliegtuig de grond aanraakt kijk ik Julia aan en zeg: “Weet je wat, eigenlijk mag het vliegtuig wel weer terug naar Bangkok. Ik wil niet dat het klaar is.” Of ik dat meende geen idee. Ik was moe, en zag misschien ook wel een beetje op tegen de emotionele achtbaan die ik verwachte dat thuiskomen zou zijn. Daarnaast denk ik niet dat ik het allemaal besefte, want als ik bij het ontvangst raam 3 rode gezichtjes zie die mijn gezin vormen, huil ik niet met ze mee. Ik ben blij om ze te zien, maar al snel schakelt mijn hoofd over naar de orde van zaken. “Hoi daar, ik ga even m’n tas halen, tot zo.” Om het allemaal nog even wat spannender te maken heeft de KLM besloten verstoppertje te spelen met onze backpacks. Daar zaten we dan, op de grond naast de kofferband. Kalmer had je ons waarschijnlijk niet kunnen vinden. Het was de 13e vlucht van de reis, wat hadden we dan verwacht? Het is maar goed dat het bij deze vlucht gebeurd, er zit niks in die tas dat we per se moeten hebben. Alle kleding in die tassen is toch veel te koud hier. Toch gaan we niet weg zonder de tassen, want het zou stiekem toch wel fijn zijn als we de souvenirs en kerstcadeautjes terug krijgen. Na wat voelde als een uur (misschien was het ook wel een uur, tijdsgevoel was ook volledig weg) kwamen  de tassen alsnog over de band rollen. Voor we het weten lopen we door de schuifdeuren. “Hey Mike, Hoi Mam en Pap, gaan we wat drinken?” Na wat verhalen met Julia en haar familie te hebben gedeeld stappen we in de auto terug naar huis. Mijn huis is nog steeds mijn huis, en ondanks dat er wel kleine dingen zijn veranderd is het nog steeds veel meer herkenbaar dan alle plekken die we de laatste 101 dagen tot tijdelijk thuis hebben omgedoopt. Ook als Bram aan de deur staat is het alsof ik nooit echt ben weg geweest. ­”Hey jij.” Ik krijg een stevige knuffel die precies zo voelt als dat ze altijd gevoelt hebben: vertrouwd, veilig, thuis.

Drie en een halve maand is lang, maar drie en een halve maand is ook kort. We hebben onwijs veel mooie dingen mogen zien en mee maken. Achteraf gezien is de tijd voorbij gevlogen, maar als ik terug denk aan de eerste week voelt het als een jaar geleden. Ik ben dankbaar voor iedereen die ons heeft geholpen onze reis zo’n succes te maken. Stiekem ben ik ook een klein beetje trots op mezelf, dat ik deze kans met beide handen heb aangegrepen, en ervoor heb durven gaan. Iedereen die ooit tegen zo’n zelfde mogelijkheid aanloopt: Ga ervoor! (en als je nog een reispartner nodig hebt 😉, je weet me te vinden).