Laos was een cadeautje, een bonus, de toegift. Laos is nog niet het einde van de reis, maar het voelt een beetje als het einde van het gereis. Laos is het laatste nieuwe land, en het laatste land waarin we echt bezienswaardigheden opzoeken. Het laatste land met als doel: ontdekken.

Met een bus reizen we vanuit Siem Reap (Cambodja), terug naar Bangkok. Vanuit Bangkok pakken we een vlucht naar Luang Prabang, gelegen in het noorden van Laos.

De foto doet geen eer aan het uitzicht

In mijn nog relatief korte leventje heb ik al veel mogen vliegen. Laat staan de afgelopen 3 maanden, waarin we tot op dat moment maar liefst al 9x een vlucht maakte. De vlucht naar Luang Prabang steekt er met kop en schouders boven uit. Het was niet zomaar een vlucht om de bestemming te bereiken. Het was een vlucht die ik voor m’n lol nog vier keer over zou doen. Het was gewoon WOW. Geluksvogel dat ik ben had ik de stoel aan het raam. Wat eigenlijk altijd al m’n favoriete plekje is, omdat ik dan tegen het raam aan kan slapen! Dat het raam daar ook zit om door naar buiten te kijken maakt me normaal gesproken niet echt uit, het grootste deel van de tijd zie je namelijk toch niks. Overdag misschien wat wolken, maar zoals ik al zei, zie ik meestal de binnenkant van m’n ogen. Deze keer, nog meer dan anders, was ik dus extreem gelukkig met mijn plekje. Des te dichter we bij Luang Prabang kwamen, des te mooier het werd. Omringt door groene bergen slalomen we de laatste 20 minuten naar het vliegveld. Tussen de bergen door stroomt een rivier, ik vermoed de Mekong. Vanuit de lucht heeft hij bijna een roze kleur. We dalen steeds iets verder, en langzaam aan beginnen we ons af te vragen of hier wel daadwerkelijk een vliegveld is. Laat staan een relatief grote stad. Het vliegtuig draait nog eens een volledig rondje in de lucht, en met bergen zowel links als rechts van ons landen we op het vliegveld. Als we het vliegtuig uit stappen weten we één ding zeker: de natuur in Laos is ongelooflijk mooi. We wisten dat Laos dunbevolkt was; maar dat het zo onaangetast bleek te zijn hadden we geen van beide verwacht.

Op het vliegveld staat denk ik nog één ander vliegtuig, er zijn wel geteld zo’n twee kofferbanden, en zelfs de rij bij de immigratie is klein en binnen no-time weggewerkt! We kopen een kaartje voor de shuttlebus naar het stadje. Normaal gesproken moet je dan nog zo’n 20 minuten wachten tot ze nog 12 andere toeristen + bagage, in het busje voor 10 personen proppen. Deze keer niet, we stappen als enige twee in, en het busje brengt ons naar de bestemming. Wachten tot het busje vol zou zitten is natuurlijk ook niet te doen, de eerst volgende vlucht komt waarschijnlijk pas over een uur aan.

Luang Prabang is de 4e grootste stad van Laos. Het telt nog geen 50.000 inwoners, en de stad voelt dan ook meer aan als een dorp. Sowieso voelt deze stad heel anders aan dan alle andere steden die we hebben bezocht op onze reis. De sfeer is heel relaxt; geen stadse haast. Iedereen lijkt lekker z’n eigen ding te doen, en vooral op z’n eigen manier en tempo. Op onze eerste avond in de stad bezoeken we de dagelijkse nachtmarkt. Zelfs op deze markt, met ontelbare kraampjes en mensen, voelt het kalm. De verkopers proberen je niet schreeuwend hun spullen te verkopen, en er wordt niet eindeloos “MISS, I GIVE YOU GOOD PRICE” geroepen. Ze geven je geen prijs totdat je er naar vraagt. Slim als ze hier zijn weten ze dat verschil tussen de uitspraak van “15” en “50” zo klein is dat ze je de prijs gewoon standaard op een rekenmachine laten zien. Voor je ook maar uit kan drukken of je het er mee eens bent of niet zeggen ze “I can give discount” en veranderen ze de prijs iets omlaag. Vervolgens geven ze je de rekenmachine, er van uitgaand dat je sowieso een tegenbod gaat doen. En dat is hoe het hier gaat. Terwijl Julia en ik de markt af struinen en wat dingetjes bekijken leren we over hoe de prijzen tot stand komen. Als Julia iets wilt kopen zeg ik haar: ze gaat zeggen 25.000 KIP en jij zegt 15, en dus koop je het voor 20. En zo gaat het. Om de lol van het onderhandelen er in te houden kom ik met gekke prijzen zoals 17.000 KIP, waarop ze verbaasd opkijken en lachend hun hoofd schudden. De mensen hier weten hoe het onderhandelen werkt, weten precies voor welke prijs alle anderen het verkopen, en weten precies wat ze daadwerkelijk gaan krijgen. Uiteindelijk hadden ze er waarschijnlijk net zo goed vaste prijzen op kunnen zetten, al zijn er natuurlijk altijd een paar gekken die niet onderhandelen en waar ze dus goud geld aan verdienen. Naja, goud geld in verhouding..

Wanneer we de volgende dag het stadje te voet verkennen lopen we langs een vrouw die bezig is met een schildering. Ze zit op een klein krukje, heeft een vies potje water, vier kwasten, een paar potjes verf, en haar werkblad is een stuk karton. Om haar heen hangen tientallen prachtige schilderijen van monniken, olifanten, landschappen, en combinaties van die drie. Alle schilderijen zijn vrij abstract, maar het is overduidelijk wat ze uitbeelden. Ik besluit haar te vragen een schilderij te maken in mijn reisjournal. Binnen 5 minuten heeft ze met die paar kwasten wat moois getoverd. Het is zo simpel dat je bijna zou denken dat ik het net zo goed zelf had kunnen doen. Maar ik weet dat ik er te veel bij na zou denken, het te perfect zou willen doen, en dus nooit dezelfde charme zou kunnen creëren. We lopen door naar de boeddhistische Wat Xieng Thong tempel. Beginnersfout: we hebben totaal niet nagedacht over welke kleding we vanochtend aantrokken….. Na al die ontelbare tempels die we hebben bezocht zou je toch denken dat we weten hoe het heurt. NOPE, onze knietjes zijn niet bedekt en dus huren we een prachtige omwenteldoek, die zo kort is dat je bijna als nog onze knieën ziet. Na al die ontelbare tempels die we hebben gezien, had ik ook niet verwacht dat we er eentje zouden zien die zo anders was als alle anderen. We staan midden in het tempelcomplex en vragen elkaar: ze waren hier toch boeddhistisch? De kenmerken die we in alle andere tempels hebben leren linken aan het Boeddhisme zijn hier heel anders verwerkt. Pas als we een pagode inlopen en de boeddha’s zien staan weten we zeker dat het Boeddhistisch is. Verder lopen we langs een bamboebrug voor we crashen bij Utopia. Nee, niet dat hilarisch slechte tv programma van SBS6, maar een onwijs leuk café met uitzicht over de rivier.

De dag erna staan we al vroeg in de ochtend bovenaan de watervallen van Kuang Si. De klim naar boven was zo gedaan, en na een kwartiertje zwemmen in het ijskoude maar prachtig heldere water, hadden we het eigenlijk wel gezien. Aangezien we met een tourbusje zijn gekomen, hebben we op dat moment nog een heel uur de tijd. Julia had iets gelezen over een vlindertuin, dicht in de buurt van de watervallen. Ja Julia, die het zacht gezegd niet zo heeft op vlinders. We gaan er dan ook niet heen voor de vlinders, al had ik die dolgraag gezien, maar voor het café wat erbij komt. Het Kuang Si vlinderpark is opgezet door een Nederlands stel, die samen met wat medewerkers en vrijwilligers een prachtige en educatieve plek bieden aan de lokalen, en zo de natuur wat dichterbij brengen. Zelf ben ik niet echt een natuurgekko, maar het verhaal van hoe ze het park vanaf de grond af hebben opgebouwd was inspirerend. Nog beter: de appelcake! Gemaakt van Nederlandse goudrenetten.

Een wat langere bustrip later staan we in Vang Vieng, stad twee van de drie die we bezoeken. Het is een heel ander stadje dan Luang Prabang. Het is overduidelijk een toeristische plek, met vele tour-bureautjes die allemaal dezelfde paar activiteiten aanbieden: klimmen, tuben, een trip naar de Blue Lagoons. De tours zijn overduidelijk overprised, en dus besluiten we zelf een scooter te pakken en naar de Blue Lagoons te trekken. Blue Lagoon 1, de meest populaire, is één grote teleurstelling. De Lagoon is nog kleiner dan dat we al dachten, met grote stenen, en grote groepen Japanners die de achterlijk grote vissen staan te voeren. Daar gaan we dus mooi niet in zwemmen. En volgends mij dacht iedereen dat, want er lag niemand in het water. Na amper 5 minuten zitten we weer op de scooter, op weg naar het minder populaire Blue Lagoon 3. Om er te komen rij je over een 15km lange zandweg, wat je op redelijk tempo een uur kost. Veilig en wel, helemaal onder het stof, komen we aan bij Blue Lagoon 3. Een heerlijke plek met banden om in te drijven, een vlot, en verschillende slingers het water in. We vermaken ons de hele middag zonder enkele moeite! Waarom Lagoon 1 zoveel populairder is dan 3, dat zou ik je echt niet kunnen vertellen.. maar ik ben blij dat het zo is, want daardoor was het heerlijk rustig bij BL3.

Ook de dag erna zoeken we het water weer op. Deze keer voor het beruchte tuben! Al jaren lang is het de reden dat zoveel backpackers naar Vang Vieng afreizen: in een tractorband van bar naar bar dobberen, en zo uiteindelijk een aantal kilometer genieten van de Nam Sog rivier. Natuurlijk draait het niet echt om de natuur hier, en vooral om het gefeest. Toen in 2011 meer dan 25 toeristen in korte tijd waren verdronken heeft de overheid het aan banden gelegd (pun intended). Nu zijn er dagelijks nog maar 3 barretjes open, en bij het ophalen van de band moet iedereen tekenen of ze kunnen zwemmen of niet, en of ze denken een reddingsvest nodig te hebben. Nu, enkele jaren later, is het eigenlijk niet te merken dat het een “ingeperkt feestje” is. Aan het einde van de dag zijn wij, samen met een aantal van onze hostel-genoten, één van de weinigen die het einde van de rivier op tijd bereikte. De rest is eerder uitgestapt en met een tuktuk terug gereden, of is simpelweg zijn borg verloren door het te laat inleveren van de band. Het was een onwijs gezellige en hilarische ervaring!

Onze laatste bestemming in Laos is Vientiane. Meer naar het zuiden van Laos zijn ongetwijfeld nog meer mooie en leuke steden om te bezoeken, maar aangezien Laos van te voren niet in onze plannen zat, waren deze drie plekken alles waar we tijd voor hadden. In Vientiane spenderen we dan ook eigenlijk niet meer dan een middag en een nacht. Ondanks dat het de hoofdstad is van Laos is er weinig te zien en te beleven. Na net een week vertrekken we alweer uit Laos. Het heftige trekken en hoog tempo doorreizen zit er op. Alles wat ons nog te doen valt is vakantie vieren: op naar de eilanden in zuid Thailand!