Al vanaf het begin van onze reis keek ik onwijs uit naar Myanmar. Iedereen die er is geweest vertelde me dat ik er heen moest gaan, en wel zo snel mogelijk. Aangezien het land pas een aantal jaar open is voor toerisme zou het nog zeer authentiek en onaangetast zijn. Twee woorden die voor de meeste landen in het druk bezochte Zuidoost-Azië niet meer toepasselijk zijn. Ook de prachtige verhalen op alle reiswebsites stimuleerde mijn enthousiasme voor Myanmar, en om het af te maken waren daar de foto’s op google. Echtwaar, even 2 minuutjes Googlen naar Myanmar en je wilt het boven aan je reislijstje zetten.
Een land met hoge verwachtingen in gaan is natuurlijk vragen om teleurstelling. Guess what, niet voor Myanmar! Het heeft al m’n verwachtingen waar gemaakt en ook zeker overtroffen.

We vliegen op Yangon, de grootste stad in Myanmar, en praktisch gezien de hoofdstad, maar niet officieel. Hier staat ook de grootste Pagode van het land, de Schwedagon Pagoda, die prachtig goud schittert dankzij de regenbui van vlak voor ons bezoek. Anders dan bij al onze andere bezoeken aan vrij toeristische tempels worden we hier niet gelijk overspoelt door lokale toeristen die met ons op de foto willen. In plaats daarvan bekijken ze ons van een afstandje, totdat we ze opmerken, waarna ze verlegen wegkijken. Ondanks dat ze geen Nederlands spreken begrijpen ze het begrip “als er één schaap over de dam is volgen er meer” verbazingwekkend goed. Want nadat één dapper meisje durft te vragen of ze op de foto met ons mag, staan we vervolgens een kwartier stil om ook de rest van de bezoekers aan de Pagode te voorzien met een selfie.

De inwoners van de Zoological Garden in Yangon schromen echter niet om gelijk heel dichtbij te komen. Zo kunnen we de tanden van de nijlpaard poetsen, de tijgers high-fiven, en de olifanten trakteren op nootjes. Waarschijnlijk is het niet de meest veilige dierentuin ooit, twee geroeste slotjes zijn niet per se partij voor een witte tijger, maar alles gaat goed, en dus is het vooral heel interessant om de dieren van zo dichtbij te mogen bekijken. De dagen er opvolgend bezoeken we ook de Sule Pagoda, lopen we langs het Maha Bandula park en het stadhuis, en neuzelen we wat op de Bogyoke Aung San Market.

 

De volgende bestemming is Inle Lake, dat vooral bekend staat om de hele dorpen op palen boven het water. Aangezien we hier maar één volle dag zijn, besluiten we een boot tour te doen die vanuit ons hostel werd georganiseerd. De zon schijnt, het water is koel, en vanuit de dunne banaan vormige bootjes kunnen we uitkijken over het prachtige meer. In het dorp Nyung Shwe Township maken we verschillende stops om traditionele ambacht te bekijken, waar we gelijk onwijs veel leren over de gebruiken en tradities in Myanmar. Het is een heerlijke rustgevende dag in een geweldige omgeving, en ondanks dat de tour relatief gezien toeristisch is opgezet, heeft iedereen het idee dat we toch een beetje van het echte dagelijkse leven mee krijgen.

We reizen door naar Bagan, de stad die je vooral ziet op de google plaatjes, en de stad die ik best wel heel graag nog eens wil bezoeken. Bagan is vrij uitgestrekt, en ook de tempels en pagodas zijn verspreid geplaatst; maar het zijn er zoveel dat je ze overal en nergens tegenkomt. We besluiten scooters te huren, en zo naar de grotere tempels te rijden. Het huren van de scooters was echt een fantastische beslissing, want het was bloedheet, en de wind door m’n haren was meer dan welkom. Nee natuurlijk hebben we geen helm op, pfft we rijden gemiddeld maar zo’n 45km/h.  De Shwezigon tempel en Ananda tempel, de twee van de grotere en bekendere tempels hier in Bagan, waren prachtig, en worden goed onderhouden; wat best een taak is aangezien de jaarlijkse kleine aardbevingen rond september z’n tol eisen.  Toch waren mijn favorieten tempels niet per se die, maar de tempels die we onderweg tijdens het rijden tegen kwamen. Overal waar ik keek kwamen nieuwe tempels en stoepas tevoorschijn, en dat alles terwijl je kan genieten van een koel briesje. We nemen een toeristische route terug naar ons hostel en komen onderweg nog een verlaten stoepa tegen die we opklimmen, waardoor we prachtig uitzicht hebben over een deel van de tempels in Bagan. Terwijl ik daar zit en geniet van al het moois om me heen, bedenk ik me ineens weer wat er voor morgen op de planning staat.

Om 4 uur ’s ochtends worden we opgehaald door een rood Balloons over Bagan busje. Ik probeer me voortestellen hoe het gaat zijn; een ballonvlucht over Bagan, de stad van ontelbare tempels en pagodes. Ik ben eigenlijk niet eens zenuwachtig, maar gewoon super enthousiast. Ook de rest van de bus kijkt er onwijs naar uit, en één verteld vol spanning hoe de vluchten van de laatste twee dagen gecanceld werden. WAT?! Je bedoeld dat het nog gecanceld kan worden??? Ik had dus echt even niet bedacht dat het ook nog eens NIET zou door kunnen gaan. Ik dacht, dat toen we na lang zoeken eindelijk twee plekjes hadden bemachtigd in een ballon, dat het officieel was.  We rijden naar een donker gras veld. We hebben geen idee waar we precies zijn, maar als de zon langzaam om de hoek komt kijken zien we 4 gigantische ballonnen liggen. We krijgen een korte uitleg en worden gevraagd te gaan staan naast de rode bussen, waarvandaan we het opblazen van de luchtballonen goed kunnen volgen. Yes, ze vullen de ballonen, de brander staat erop, het mandje staat recht, en we horen uit verschillende hoeken de kreet “OKÉ” komen. Maar zelfs als de ballon is opgeblazen en we met z’n alle in het mandje zitten blijkt de vlucht nog steeds niet definitief. Onze piloot Gavin vertelt dat we nog moeten wachten op de laatste oké van het vliegveld. Hij laat ons een kaart op de navigatie zien en legt uit dat we nog in het rode gebied zitten en we eigenlijk pas mogen vliegen als het gebied geel kleurt. We wachten met z’n alle in doodse stilte op de laatste oké.

We krijgen hem, en dan ineens is de ballon los van de grond en stijgen we op. Niemand realiseert zich echt hoeveel geluk we hebben, tot dat Gavin uitlegt dat dit pas de tweede vlucht is van het hele seizoen, en pas de eerste die ook daadwerkelijk over de tempels van Bagan zal vliegen. De eerste echte vlucht!
De vlucht zelf is onmogelijk te beschrijven. Adembenemend mooi. De eerste 10 minuten heb ik volgends mij letterlijk met m’n mond open rond gekeken. Bagan is nog groter en ruimer dan ik al dacht, en er zijn nog zoveel meer tempels dan ik me had voorgesteld. Gavin haalt het onderste uit de kan en laat ons zo lang mogelijk doorvliegen, terwijl andere ballonnen alweer landen.
De ballonvlucht was echt fantastisch, het was elke cent waard. Heel veel lof voor Balloons over Bagan, de crew, en onze fantastische piloot met geweldige humor.

’s Avonds bekijken we de zonsondergang vanaf de Shwesandaw Pagoda, waarvandaan ik probeer te spotten welke stukken we die ochtend hebben gevlogen.

Onze laatste bestemming in Myanmar was Mandalay, wat op een compleet andere manier ook indrukwekkend was. Als ik de eerste ochtend het raam uitkijk zie ik dat de straat is veranderd in zwembad. De zware regen van de nacht heeft de straten onderwater gezet, en de scooters proberen te vergeefs door het kniehogen water heen te rijden. We maken gebruik van de situatie en wachten het zakken van het water af in de Spa naast ons hostel, waar we genieten van een heerlijke traditionele massage. Aan het eind van de middag lijkt de straat weer op een straat en rijden we naar de Su Taung Pyae Pagoda, bovenop Mandalay Hill. Onze nieuwe vriend Kozew, die ook werkt bij het hostel gaat met ons mee. Als voormalig monnik vertelt hij ons van alles over het Boeddhisme. Ondanks dat we ons goed hadden ingelezen over dit (in mijn ogen) prachtige geloof, merkte we dat er zoveel was dat we niet wisten, en dat er zoveel meer achter zit dan dat je met het oog kan zien. Dat wordt opnieuw duidelijk als we de dag erna naar het Mahar Gandar Yone Monastry gaan, waar 1250 monniken en novices een rij vormen om hun enige maaltijd van de dag in ontvangst te nemen. De maaltijden bestaan puur uit donaties van de mensen uit de stad, en wordt ook volledig door hen bereid. Nog zwaar onder de indruk bekijken we iets verderop U Bein Bridge; de langste Tiek houten brug ter wereld. We besluiten ook maar gelijk werelds grootste boek te bekijken, bij de Kuthodaw Pagoda. Last but not least besluiten we opnieuw Mandalay Hill op te gaan en daar nogmaals de Su Taung Pyae Pagoda te bekijken, ditmaal tijdens zonsondergang.

En zo kwam er alweer veel te snel het einde van onze avonturen in Myanmar. Een land met prachtige, ontelbare tempels, en een onwijs beleefd en liefhebbend volk. Een land dat nog een frisse blik heeft op toerisme en dankbaar is voor de economische voordelen die het met zich mee brengt, maar haar charme vooral te danken heeft aan het ongerepte en authentieke.

Lieve Myanmar,
Je hebt m’n hart gestolen, en ik wil niet dat je hem terug geeft. Deel hem maar met al de lieve mensen die je volk vormen, of schenk hem aan de tempels die zo prachtig over de landschappen waken. Je hebt me betoverd. Het spijt me dat ik je al zo snel weer achterlaat, maar ik kom terug Myanmar. Blijf zoals je bent.